Direct naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op 25 artikelen5 rubrieken

Praktisch over horeca, voeding en koken

KOS

Zo spoor je verspilling in je horecakeuken op

Gooi je aan het eind van een dienst producten weg, maar weet je niet precies waar het verlies ontstaat? Met een eenvoudige meting zie je welke verspilling je eerst kunt aanpakken en hoe je veranderingen terugziet in je kosten.

Door Sanne de Vries · · 3 min leestijd

Vrouw die groenteschillen van een snijplank in een prullenbak met compostzak schept
Vrouw die groenteschillen van een snijplank in een prullenbak met compostzak schept

Een volle afvalbak vertelt niet of vooral snijresten, onverkochte bereidingen of borden met restjes je geld kosten. Zonder onderscheid is het lastig te bepalen of je anders moet inkopen, voorbereiden of portioneren. Begin daarom niet met een algemene besparingsactie, maar met een vaste manier om verspilling vast te leggen. Zo kun je een oorzaak koppelen aan een haalbare ingreep en daarna nagaan of die in jouw keuken werkt.

Waar in je zaak ontstaat het verlies?

Verdeel wat je wegdoet in herkenbare stromen: producten die bederven vóór bereiding, snij- en bereidingsresten, bereide gerechten die niet worden verkocht en eten dat na uitgifte terugkomt. Buffetten en catering kunnen een aparte categorie zijn. Het Voedingscentrum maakt in zijn advies voor catering ook onderscheid tussen keukenafval, derving bij uitgifte en overschotten na uitgifte; die indeling helpt om oorzaken niet door elkaar te halen. [Het advies over voedselverspilling in catering] beschrijft die verschillende plekken.

Zet een duidelijk gemarkeerde bak klaar voor voedselresten en noteer per weggooimoment de productgroep, hoeveelheid en reden. Een weegschaal geeft gewicht; een kassasysteem kan inzicht geven in verkochte aantallen en derving. Leg beide gegevens naast elkaar. Een totaalgewicht zonder context laat niet zien of een product te ruim is ingekocht, verkeerd is bewaard of structureel overblijft.

Welke verspilling pak je als eerste aan?

Kijk niet alleen naar het grootste gewicht. Een kleine hoeveelheid van een duur ingrediënt kan financieel zwaarder wegen dan een grotere hoeveelheid goedkope groenteresten. Zet daarom per categorie zowel de weggegooide hoeveelheid als de inkoopwaarde op een rij. Noteer ook hoe vaak het voorkomt en of je het met een eenvoudige aanpassing kunt beïnvloeden.

De Nederlandse bedrijfscateringmonitor van Wageningen University & Research laat zien dat monitoring inzicht geeft in volumes en samenstelling, maar is gebaseerd op zelfmonitoring van cateringbedrijven. Gebruik zulke cijfers dus niet als norm voor je eigen restaurant; de werkwijze is vooral een aanwijzing waarom meten per locatie nodig is. [De WUR-monitor over bedrijfscatering] betreft specifieke cateringactiviteiten, niet elke horecazaak.

Vertaal de bevinding naar de oorzaak. Veel onverkochte mise-en-place kan aanleiding zijn om de productieplanning aan te passen. Terugkerend snijverlies vraagt mogelijk om een andere voorbereiding of een bruikbare bestemming voor eetbare delen. Grote portieresten kunnen reden zijn om porties of bijgerechten te evalueren. Houd daarbij rekening met wat gasten verwachten en met de voedselveiligheid.

Hoe vertaal je metingen naar een actie?

Kies één duidelijke verandering tegelijk, zodat je kunt beoordelen wat effect heeft. Spreek af wie registreert, op welke momenten en met welke categorieën. Pas bijvoorbeeld de hoeveelheid van een kleine batch aan, maak een voorraadproduct eerder op in een passend gerecht of stem de bestelling beter af op de verwachte bezetting. Bij inkoopwijzigingen is het nuttig ook levertijden, verpakkingsgroottes en houdbaarheid mee te wegen.

Leg de uitgangssituatie vast voordat je begint. Noteer gedurende een vergelijkbare periode hoeveel je inkoopt, verkoopt en weggooit. De aanpak van het Voedingscentrum voor professionele keukens benadrukt dat meten op meerdere plekken nodig is om gerichte acties te kiezen en het effect te volgen. [De praktische meettips voor cateringkeukens] noemen onder meer registratie van derving en voedselafval.

Wat betekent minder verspilling voor je marge?

Een weggegooid product vertegenwoordigt in elk geval een inkoopkost die niet in een verkochte portie terugkomt. Schat het financiële effect daarom met de inkoopwaarde van de vermeden hoeveelheid. Als je bijvoorbeeld minder van een ingrediënt weggooit, vergelijk je de waarde van die bespaarde hoeveelheid met de extra kosten van de gekozen aanpak. Tel niet automatisch de volledige menuprijs mee: die omvat ook andere ingrediënten, arbeid en bedrijfskosten.

Voor een bredere berekening per gerecht kun je de besparing naast je foodcost en marge leggen. De berekening van kosten en marge per gerecht helpt om die cijfers in samenhang te bekijken. Zo voorkom je dat een maatregel op afvalgewicht goed lijkt, maar in de praktijk extra werk of andere kosten veroorzaakt.

Hoe controleer je of de aanpak werkt?

Herhaal de meting met dezelfde categorieën en vergelijkbare diensten. Kijk naar de weggegooide hoeveelheid én de inkoopwaarde, afgezet tegen bijvoorbeeld het aantal verkochte gerechten of couverts. Een lager totaal kan ook komen doordat er minder gasten waren; een verhouding maakt zulke perioden beter vergelijkbaar.

Bespreek de uitkomst met het team en noteer wat er veranderde: planning, portiegrootte, menu of bezetting. Werkt de aanpassing niet, onderzoek dan of de oorzaak verkeerd was ingeschat of dat de registratie onvolledig is. Houd een maatregel alleen aan als hij verspilling vermindert zonder onbedoeld de kwaliteit, voedselveiligheid of werkbaarheid in de keuken te schaden.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet je voedselverspilling meten?

Meet lang genoeg om verschillende diensten en normale schommelingen in je zaak mee te nemen. Een drukke zaterdag is niet rechtstreeks vergelijkbaar met een rustige dinsdag. Houd daarom de meetperiode, openingsdagen en bijzondere omstandigheden bij. Herhaal de meting later op dezelfde manier; zo zie je beter of een verandering samenhangt met je actie of met een ander verkoopvolume.

Moet je snijafval en ongeserveerd eten apart wegen?

Ja, als je wilt weten welke maatregel kans maakt. Snijverlies kan wijzen op een andere snij- of bereidingsmethode, terwijl eten dat na bereiding overblijft eerder samenhangt met planning of vraag. Noteer ook eetbaar en onvermijdelijk restmateriaal apart waar dat praktisch kan. Zo voorkom je dat één totaalgewicht verschillende oorzaken op één hoop gooit.

Hoe bereken je wat minder verspilling oplevert?

Koppel de hoeveelheid vermeden verspilling aan de inkoopwaarde van de producten, niet automatisch aan de verkoopprijs van een gerecht. Trek eventuele extra kosten van de maatregel daarvan af, zoals extra arbeid of verpakking. Vergelijk vervolgens dezelfde periode en hetzelfde aantal couverts. De uitkomst is een praktische indicatie; veranderingen in inkoopprijs en omzet kunnen het beeld beïnvloeden.

In de rubriek Kosten & marges